----------
Gratis geveltuin voor bewoners Arnhemse binnenstad
30-03-2010
De gemeente Arnhem en het Bewonersplatform Binnenstad Arnhem bieden een aantal gratis geveltuinen aan. Met als doel om de binnenstad gezelliger te maken en het sociale contact tussen de bewoners te stimuleren.
|
|
Binnenstadbewoners kunnen een geveltuin krijgen van 2 meter breed bij 30cm diep (in het voetgangersgebied) tot 45cm diep (buiten het voetgangersgebied). Het bewonersplatform levert per geveltuin een set van 12 vaste planten. De gemeente Arnhem legt het tuintje aan en voorziet het van bemeste zwarte grond. De bewoners dienen de planten zelf in de grond te zetten en de tuin te onderhouden. |
Zelf onderhouden
Een geveltuin mag niet voor winkels staan en er moet genoeg ruimte overblijven voor voetgangers. De gemeente Arnhem komt de situatie ter plekke beoordelen en sluit met de bewoner een contract af dat deze de geveltuin zelf onderhoudt.
Het graven van de tuinen start half april. Half mei vindt de uitgifte van de planten plaats.Alle bewoners met postcode 6811 kunnen zich hiervoor tot 31 maart 2010 aanmelden. Er kunnen maximaal 50 geveltuinen worden gerealiseerd. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden bij de heer Keereweer via telefoonnummer 026 38 10 661 of via email »
Bron:
----------
dinsdag 17 februari 2009 | 14:14 | Laatst bijgewerkt op: dinsdag 17 februari 2009 | 14:15
Het zijn er talrijke. Zeker in straatjes die naar het stadshart leiden.De groen- en natuurdeskundige uit Oldenzaal zou er wel meteen mee aan de slag willen. Ze lommerrijk maken, zoals veel straten in 's Hertogenbosch, Zwolle, Haarlem en in de Amsterdamse Pijp. Kille straatjes fleuren daar nu op met geurige kruiden, heemplanten, plukborders, klimplanten en klein fruit dat aan zonovergoten muren hangt.
'Oldenzaal heeft nu een vrij stenige binnenstad. Vroeger was dat heel anders. Op oude foto's kun je nog prachtig zien hoeveel groen het stadscentrum kende. Vooral het oostelijke stadsdeel had in tegenstelling tot het westelijke een groene structuur. Veel inwoners aan die kant hadden een groententuin', vertelt de man van Sylvester natuurontwikkeling. Slatman zegt dat aansprekend groen in een stad maakt dat er een mildere sfeer ontstaat.
'We zijn wezen kijken in diverse plaatsen van ons land. Vaak helpen bewoners mee met het groenonderhoud en het opruimen van zwerfvuil. Dat geeft een gevoel van saamhorigheid en ouderwets noaberschap.'
Bas Slatman kreeg van de Stichting Stadshart de opdracht een studie te doen naar meer groen in de Oldenzaalse binnenstad. Vanuit zijn bureau Sylvester schakelde hij daarvoor stagiaire Mark grote Beverborg uit De Lutte in. Deze student van de opleiding land, water en milieu van het Agrarisch Opleidings Centrum (AOC) in Almelo stelde een uitgebreid rapport samen.
Zes straatjes die als pilot-project zouden kunnen gelden worden in het rapport genoemd. Het zijn de Vinkenstraat, Boterstraat, Schoolstraat, Waagstraat, Monnikstraat en de hoek Gasthuisstraat-Steenstraat. Ze lenen zich volgens Bas Slatman en Mark grote Beverborg bij uitstek voor binnenstadsgroen. 'Je kunt denken aan onderbegroeiing van straatbomen, grote forse plantenbakken en smalle plantvakken tegen muren, ook wel geveltuinen genoemd. De Pijp in Amsterdam was in de jaren zestig nog de meest versteende wijk van ons land. Door er geveltuinen te introduceren heeft deze wijk een totaal ander gezicht gekregen. Het is er gezellig, kleurrijk en weelderig, legt Slatman uit.
De natuurontwikkelaar en zijn stagiaire hebben met hun rapport een gedegen stuk werk afgeleverd. Ze komen met aanbevelingen welke planten en fruitsoorten op welke plek het beste gedijen. Ze leveren er foto's bij van andere succesvolle projecten in ons land. Bas Slatman wil het rapport met de naam Groen in Oud Oldenzaal binnenkort aanbieden aan het gemeentebestuur. En hij heeft een uitnodiging op zak zijn plan nader te komen toelichten ten kantore van de Amsterdamse architect Pi de Bruijn. De man die het masterplan voor de Oldenzaalse binnenstad ontwierp. 'Ons groenplan past perfect in de aanpak die Pi de Bruijn voor de binnenstad voorstelt, zegt Slatman, die al meerdere keren met de architect heeft gesproken.
Net als De Bruijn roemt Bas Slatman de historische straten- en wallenstructuur in en rond het stadscentrum van Oldenzaal. 'Maar je mist iets wezenlijks. Meer sfeer, meer groen. Daarom moeten we daarmee beginnen.
Met enkele kleine projecten. Als de resultaten zichtbaar worden krijgt het een olievlekwerking. Meer mensen zullen het oppakken.'
Straattegels opofferen voor fleurig groen, het vergt wel een consequente aanpak. Bas Slatman: 'Je moet goede afspraken maken over het onderhoud. Doe je dat niet, dan wordt het een fiasco.' Dat het kan wordt al jaren bewezen in de Julianastraat waar hij zelf woont. 'We onderhouden hier zelf ons groen waar we bij de aanleg een flinke stempel op hebben kunnen drukken. De sociale verbondenheid in de buurt groeit erdoor. Je werkt samen op straat, de kinderen spelen, er wordt koffie of een pan soep bijgehaald. Beter kan niet.´
Een nauw straatje als de Vinkenstraat zou zich volgens Slatman prima lenen voor gevelgroen. ´Leifruit kan ook maar dan in het museumgebied in de Marktstraat. Je hebt daar voldoende zonlicht voor nodig.´ Daar zouden ook hagen kunnen komen in de toekomstige open binnenstadstuinen. ´Hagen zijn goede ruimteverdelers.´ Rond de Plechelmustoren waar het bijna altijd waait zouden bomen kunnen komen. ´Bomen nemen de turbulentie weg´, doceert Slatman. ´Neem ze niet te groot en dat bomen de straattegels opdrukken, flauwekul. Er zijn voldoende soorten die dat niet doen.´
Een beetje geveltuin leg je aan voor 125 euro per strekkend meter, hebben Bas Slatman en Mark grote Beverborg uitgerekend. Het is dan wel zaak het in een keer goed te doen. Met een solide hekwerk om de beplanting tegenaan te laten groeien en een opstaande betonrand zodat honden niet steeds hun behoefte doen tegen de geveltuinen.
Bas Slatman zou willen dat de gemeente het project verder ter hand neemt. 'Voor bewoners zelf zijn er geen kosten. Er wordt alleen een beroep op hun arbeid en beheersinzet gedaan.´
Zijn plan bevat een organisatiemodel de burgers zijn verantwoordelijk voor het groenbeheer, de gemeente faciliteert, de sociale werkvoorziening Top Craft kan het beheer ondersteunen, WBO Wonen kan voor financiele ondersteuning zorgen, de welzijnsstichting Impuls kan de bewonersbelangen voor rekening nemen en stadsmanagement zou voor een stukje coordinatie kunnen zorgen.
Bron:
De Twentsche Courant Tubantia
----------